Parlementair Stelsel

Leer over de werking van het Nederlandse parlement, het wetgevingsproces en parlementaire instrumenten.

Structuur van het Parlement

Staten-Generaal: Het Nederlandse parlement heet officieel de Staten-Generaal en bestaat uit twee Kamers: de Eerste Kamer en de Tweede Kamer.

Tweede Kamer

150 zetels
Direct gekozen
Medewetgevend + Controlerend

Eerste Kamer

75 zetels
Indirect gekozen
Chambre de reflection

Verschillen tussen de Kamers

Aspect Tweede Kamer Eerste Kamer
Zetels 150 75
Verkiezing Direct door kiezers Indirect via Provinciale Staten
Recht van initiatief Ja Nee
Recht van amendement Ja Nee
Wetsvoorstellen Kan wijzigen Alleen aannemen of verwerpen
Budgetrecht Volledig Beperkt
Enqueterecht Ja Ja
Functie Politieke arena Kwaliteitscontrole (last check)

Belangrijke rollen

Kamervoorzitter

Leidt vergaderingen, bewaakt de orde, is neutraal

Griffier

Hoogste ambtenaar van de Kamer, ondersteunt voorzitter

Fractievoorzitter

Leider van een partij in de Kamer, woordvoerder

Commissievoorzitter

Leidt een vaste of tijdelijke Kamercommissie

Let op: De Tweede Kamer is politiek het belangrijkst vanwege de directe verkiezing en de uitgebreidere bevoegdheden. De Eerste Kamer fungeert als "chambre de reflection" die wetten toetst op juridische kwaliteit en uitvoerbaarheid.

Het Wetgevingsproces

Medewetgeving: De Tweede Kamer maakt samen met de regering wetten. De meeste wetsvoorstellen komen van de regering (90%), maar Kamerleden kunnen ook zelf voorstellen indienen (initiatiefwetten).
1

Voorbereiding

Een ministerie schrijft een wetsvoorstel, vaak na consultatie van belanghebbenden.

Onderdelen: Wettekst, Memorie van Toelichting, advies Raad van State
2

Advies Raad van State

De Raad van State geeft onafhankelijk advies over juridische kwaliteit en uitvoerbaarheid.

Dicta: Positief, Bezwaar, Niet-bezwaar, Geen opmerkingen
3

Indiening bij Tweede Kamer

De minister stuurt het voorstel naar de Tweede Kamer. Het krijgt een nummer.

Voorbeeld: Kamerstuk 35XXX (nummer), -1 (koninklijke boodschap), -2 (voorstel van wet), -3 (memorie van toelichting)
4

Commissiebehandeling

Een vaste Kamercommissie bespreekt het voorstel, stelt vragen en organiseert hoorzittingen.

Schriftelijk: Verslag, Nota naar aanleiding van het verslag
5

Plenaire behandeling Tweede Kamer

Debat in de voltallige Kamer. Kamerleden kunnen amendementen en moties indienen.

Amendement: Wijzigingsvoorstel op de wettekst
Motie: Uitspraak van de Kamer (niet bindend)
6

Stemming Tweede Kamer

Stemming over amendementen en het (gewijzigde) wetsvoorstel. Meerderheid = aangenomen.

Quorum: Minimaal 76 leden aanwezig voor geldige stemming
7

Behandeling Eerste Kamer

De Eerste Kamer kan alleen aannemen of verwerpen, niet wijzigen.

Novelle: Als de Eerste Kamer bezwaren heeft, kan de regering een reparatiewet (novelle) indienen
8

Bekrachtiging en publicatie

De Koning en de verantwoordelijke minister ondertekenen. Publicatie in het Staatsblad.

Inwerkingtreding: Op een datum bepaald door de wet zelf of bij Koninklijk Besluit

Parlementaire Instrumenten

Controletaak: Naast medewetgeving heeft de Tweede Kamer een belangrijke controletaak. Hiervoor zijn verschillende instrumenten beschikbaar.

Controlemiddelen

Vragenrecht V

Kamerleden kunnen schriftelijke en mondelinge vragen stellen aan ministers.

Schriftelijk: Binnen 3 weken antwoord, geen debat

Mondeling (vragenuur): Elke dinsdag, korte vragen en antwoorden

Voorbeeld: "Klopt het dat er 10.000 te weinig agenten zijn? Wat gaat de minister hieraan doen?"

Interpellatie V

Spoeddebat over een onderwerp dat niet op de agenda staat.

Een Kamerlid vraagt verlof aan de Kamer om een minister ter verantwoording te roepen over een actuele kwestie.

Vereist: Steun van minimaal 30 Kamerleden

Voorbeeld: Interpellatie over een geheime memo die is uitgelekt

Motie V

Uitspraak van de Kamer, vaak aan het einde van een debat.

Soorten:

  • Motie van wantrouwen - vraagt om aftreden
  • Motie van afkeuring - spreekt afkeuring uit
  • Motie met verzoek - vraagt actie van regering

Bindend? Juridisch niet, maar politiek wel zwaarwegend

Voorbeeld: "De Kamer verzoekt de regering om extra geld voor onderwijs"

Enqueterecht V

Diepgaand onderzoek met getuigen onder ede.

Zwaarste controlemiddel. Een enquetecommissie kan getuigen onder ede horen (meineed is strafbaar).

Recent: Parlementaire enquete Groningen, Toeslagenaffaire

Voorbeeld: De enquete Fyra onderzocht het fiasco rond de hogesnelheidstrein

Inlichtingenrecht V

Ministers zijn verplicht inlichtingen te geven aan de Kamer.

Vastgelegd in artikel 68 Grondwet. Ministers moeten antwoord geven, tenzij het belang van de staat zich daartegen verzet.

Voorbeeld: De Kamer vraagt om alle documenten over een bepaald besluit

Budgetrecht V

De Kamer moet de begroting goedkeuren.

Jaarlijks op Prinsjesdag presenteert de regering de Miljoenennota en departementale begrotingen. De Kamer kan deze wijzigen.

Begrotingsbehandeling: September-december (Algemene Politieke Beschouwingen + vakbegrotingen)

Voorbeeld: Een amendement om 100 miljoen extra voor defensie uit te trekken

Wetgevende instrumenten

Recht van initiatief V

Kamerleden kunnen zelf wetsvoorstellen indienen.

Een initiatiefwet doorloopt hetzelfde proces, maar het Kamerlid verdedigt het voorstel in plaats van een minister.

Voorbeeld: Initiatiefwet Pia Dijkstra over orgaandonatie (actief donorregistratiesysteem)

Recht van amendement V

Kamerleden kunnen wijzigingen voorstellen op wetsvoorstellen.

Een amendement wijzigt de wettekst zelf. Wordt apart in stemming gebracht voor de eindstemming over de wet.

Voorbeeld: Een amendement om de boete in een wet te verhogen van 500 naar 1000 euro

Kabinetsformatie

Na verkiezingen: Na Tweede Kamerverkiezingen moet een nieuw kabinet worden gevormd. Dit proces heet de kabinetsformatie en kan weken tot maanden duren.

Stappen in de formatie

1

Verkiezingsuitslag

De zetelverdeling is bekend. Geen enkele partij heeft ooit een absolute meerderheid (76 zetels).

2

Verkenner

De Tweede Kamer benoemt een verkenner die gesprekken voert met alle fractievoorzitters over mogelijke coalities.

Sinds 2012: De Kamer neemt zelf de regie over de formatie (niet meer de Koning)
3

Informateur

Onderzoekt of een bepaalde coalitie een werkbare meerderheid kan vormen. Leidt de onderhandelingen.

Opdracht: Bijvoorbeeld "Onderzoek of een kabinet van partijen X, Y en Z mogelijk is"
4

Regeerakkoord

De coalitiepartijen onderhandelen over beleid en verdelen de ministersposten.

Inhoud: Afspraken over financien, grote thema's, taakverdeling
5

Formateur

Meestal de beoogd minister-president. Stelt het kabinet samen en vraagt kandidaat-ministers.

6

Constituerende vergadering

Eerste vergadering van het nieuwe kabinet. De ministers aanvaarden het regeerakkoord.

7

Beediging

De Koning beedigt de nieuwe ministers en staatssecretarissen op Paleis Huis ten Bosch.

Eed/belofte: Trouw aan de Grondwet en getrouwe vervulling van het ambt
8

Regeringsverklaring

De minister-president legt de plannen voor aan de Tweede Kamer. Debat over het regeerakkoord.

Kabinetsvormen

Type Omschrijving Voorbeeld
Meerderheidskabinet Coalitie met meer dan 76 zetels Rutte III (76 zetels)
Minderheidskabinet Coalitie met minder dan 76 zetels Rutte I (52 zetels, gedoogsteun PVV)
Gedoogkabinet Steun van buitenaf, partij niet in kabinet Rutte I (PVV gedoogpartner)
Demissionair kabinet Kabinet na val of verkiezingen, beperkte bevoegdheid Controversiele zaken worden niet behandeld
Vertrouwensregel: Een kabinet moet het vertrouwen hebben van de Tweede Kamer. Als de Kamer een motie van wantrouwen aanneemt, moet een minister of het hele kabinet aftreden. Dit is ongeschreven staatsrecht (niet in de Grondwet).

Test je kennis