Griekse Literatuurgeschiedenis
Overzicht van auteurs, genres en werken uit de Griekse literatuur
Perioden van de Griekse Literatuur
Literaire Genres
Epos
Verhalende poezie in hexameters. Heldendichten over goden en helden. Homerus (Ilias, Odyssee), Hesiodus.
Tragedie
Toneelstuk met ernstige thematiek, eindigend in ondergang. Opgevoerd bij Dionysos-festivals. Aeschylus, Sophocles, Euripides.
Komedie
Humoristisch toneel. Oude komedie (politieke satire, Aristophanes) en nieuwe komedie (huiselijke intriges, Menander).
Lyriek
Persoonlijke poezie, begeleid door lier. Monodie (solo) en koorlyriek. Sappho, Pindarus, Archilochos.
Geschiedschrijving
Onderzoek en verslag van het verleden. Herodotus (narratief), Thucydides (analytisch), Xenophon.
Filosofie
Wijsbegeerte in dialoog of traktaat. Plato (dialogen), Aristoteles (verhandelingen), Epicurus, Stoa.
Retorica
Welsprekendheid. Gerechtelijke, politieke en gelegenheidstoespraken. Demosthenes, Lysias, Isocrates.
Roman
Proza-fictie uit de Hellenistische en Romeinse tijd. Liefdes- en avonturenverhalen. Longus (Daphnis en Chloe).
Kenmerken van de Tragedie
De Attische tragedie had vaste kenmerken:
- Structuur: Proloog - Parodos (intrede koor) - Episodia (scenes) - Stasima (koorliederen) - Exodos (uittocht)
- Eenheid: Aristoteles' drie eenheden: tijd (1 dag), plaats, handeling
- Koor: Groep van 12-15 personen die zingt, danst en commentaar geeft
- Maskers: Acteurs droegen maskers; maximaal 3 acteurs speelden alle rollen
- Hamartia: Tragische fout van de held die tot ondergang leidt
- Catharsis: Zuivering van emoties (medelijden en vrees) bij het publiek