Handel, wisselkoersen, EU-beleid en globalisering
Stel de productiekosten per eenheid in voor twee landen en twee goederen.
| Goed X (uren) | Goed Y (uren) | OC van X (in Y) | OC van Y (in X) | |
|---|---|---|---|---|
| Land A | 4 | 8 | 0.50 | 2.00 |
| Land B | 6 | 3 | 2.00 | 0.50 |
Nederland produceert 1 fiets in 5 uur en 1 kaas in 2 uur. Belgie produceert 1 fiets in 8 uur en 1 kaas in 4 uur. Wat zijn de opportuniteitskosten van een fiets voor Nederland (uitgedrukt in kazen)?
Simuleer het effect van economische factoren op de wisselkoers EUR/USD.
Zwevend: de wisselkoers wordt bepaald door vraag en aanbod op de valutamarkt.
Pas de parameters aan om het effect op de wisselkoers te zien.
Een Nederlandse exporteur verkoopt goederen ter waarde van $100.000. De wisselkoers is EUR/USD = 1.10 (1 euro = 1.10 dollar). Hoeveel euro ontvangt de exporteur?
De interne markt van de EU is gebaseerd op vier vrijheden:
Land X heeft een begrotingstekort van 4,2% van het BBP en een staatsschuld van 55% van het BBP. Voldoet dit land aan de Maastricht-criteria voor deze twee indicatoren?
Test je kennis over internationale handel, wisselkoersen, EU-beleid en globalisering.