Evolutie & Soortvorming
Simuleer natuurlijke selectie, analyseer stambomen en bereken allelfrequenties
Selectiedruk
Pas de omgevingskleur aan om te zien hoe camouflage de overlevingskans beinvloedt. Organismen die opvallen worden sneller gepredeerd.
Fitness
Organismen met hogere fitness (betere camouflage) hebben meer kans om zich voort te planten en hun genen door te geven.
Natuurlijke Selectie Simulatie
Bekijk hoe allelfrequenties veranderen onder selectiedruk
Hardy-Weinberg Evenwicht
In een ideale populatie blijven allelfrequenties constant van generatie op generatie. Voorwaarden: geen selectie, mutatie, migratie, genetische drift, en random paring.
Praktische toepassing
Gebruik de formules om te berekenen hoeveel dragers er zijn van een recessieve aandoening in een populatie.
Hardy-Weinberg Calculator
p + q = 1
p² + 2pq + q² = 1
Genotypefrequenties
Voorbeeldberekening
Bij cystische fibrose komt de aandoening voor bij 1 op 2500 mensen (q² = 0.0004).
q = √0.0004 = 0.02, dus p = 0.98
Dragerfrequentie (2pq) = 2 × 0.98 × 0.02 = 0.0392 (ongeveer 1 op 25)
Wat is soortvorming?
Soortvorming (speciatie) is het proces waarbij nieuwe soorten ontstaan. Dit gebeurt wanneer populaties reproductief geisoleerd raken.
Reproductieve isolatie
Isolatiemechanismen kunnen pre-zygotisch (voor bevruchting) of post-zygotisch (na bevruchting) zijn.
Typen Soortvorming
Allopatrische speciatie
Geografische barriere (berg, rivier, zee) scheidt populaties. Meest voorkomende vorm. Voorbeeld: Darwin's vinken op de Galapagos.
Sympatrische speciatie
Soortvorming zonder geografische scheiding. Vaak door ecologische specialisatie of polyploidie. Voorbeeld: cichliden in Afrikaanse meren.
Peripatrische speciatie
Kleine randpopulatie raakt geisoleerd. Founder effect en genetische drift spelen grote rol. Voorbeeld: fruitvliegen op Hawaii.
Parapatrische speciatie
Populaties grenzen aan elkaar maar paren niet langs de grens. Vaak door ecologische gradient. Voorbeeld: grassen op zware metalen bodems.
Isolatiemechanismen
Pre-zygotisch
- Habitatisolatie
- Temporele isolatie
- Gedragsisolatie
- Mechanische isolatie
- Gametische isolatie
Post-zygotisch
- Hybride onlevensvatbaarheid
- Hybride steriliteit (muildier)
- Hybride breakdown
Fylogenetische stambomen
Een stamboom toont verwantschappen tussen soorten. Hoe recenter een gemeenschappelijke voorouder, hoe nauwer verwant.
Knooppunten en takken
Knooppunten representeren splitsingen (speciatiegebeurtenissen). Taklengte kan tijd of genetische verandering weergeven.
Interactieve Stamboom
Klik op soorten om informatie te zien
Hoe lees je een stamboom?
Knooppunt
Gemeenschappelijke voorouder / splitsing
Taklengte
Tijd of genetische afstand
Eindpunt
Huidige soort of uitgestorven
Zustergroepen
Nauwst verwante groepen