Evolutie & Soortvorming

Simuleer natuurlijke selectie, analyseer stambomen en bereken allelfrequenties

Selectiedruk

Pas de omgevingskleur aan om te zien hoe camouflage de overlevingskans beinvloedt. Organismen die opvallen worden sneller gepredeerd.

Fitness

Organismen met hogere fitness (betere camouflage) hebben meer kans om zich voort te planten en hun genen door te geven.

Natuurlijke Selectie Simulatie

Bekijk hoe allelfrequenties veranderen onder selectiedruk

Generatie: 0
Licht Donker
50%
1%
33
Lichte variant
34
Medium variant
33
Donkere variant
100
Totale populatie

Hardy-Weinberg Evenwicht

In een ideale populatie blijven allelfrequenties constant van generatie op generatie. Voorwaarden: geen selectie, mutatie, migratie, genetische drift, en random paring.

Praktische toepassing

Gebruik de formules om te berekenen hoeveel dragers er zijn van een recessieve aandoening in een populatie.

Hardy-Weinberg Calculator

p + q = 1

+ 2pq + = 1

Genotypefrequenties

AA (p²)
0.49
490 individuen
Aa (2pq)
0.42
420 individuen
aa (q²)
0.09
90 individuen

Voorbeeldberekening

Bij cystische fibrose komt de aandoening voor bij 1 op 2500 mensen (q² = 0.0004).

q = √0.0004 = 0.02, dus p = 0.98

Dragerfrequentie (2pq) = 2 × 0.98 × 0.02 = 0.0392 (ongeveer 1 op 25)

Wat is soortvorming?

Soortvorming (speciatie) is het proces waarbij nieuwe soorten ontstaan. Dit gebeurt wanneer populaties reproductief geisoleerd raken.

Reproductieve isolatie

Isolatiemechanismen kunnen pre-zygotisch (voor bevruchting) of post-zygotisch (na bevruchting) zijn.

Typen Soortvorming

A
B

Allopatrische speciatie

Geografische barriere (berg, rivier, zee) scheidt populaties. Meest voorkomende vorm. Voorbeeld: Darwin's vinken op de Galapagos.

A
B

Sympatrische speciatie

Soortvorming zonder geografische scheiding. Vaak door ecologische specialisatie of polyploidie. Voorbeeld: cichliden in Afrikaanse meren.

Groot
Klein

Peripatrische speciatie

Kleine randpopulatie raakt geisoleerd. Founder effect en genetische drift spelen grote rol. Voorbeeld: fruitvliegen op Hawaii.

A
B

Parapatrische speciatie

Populaties grenzen aan elkaar maar paren niet langs de grens. Vaak door ecologische gradient. Voorbeeld: grassen op zware metalen bodems.

Isolatiemechanismen

Pre-zygotisch

  • Habitatisolatie
  • Temporele isolatie
  • Gedragsisolatie
  • Mechanische isolatie
  • Gametische isolatie

Post-zygotisch

  • Hybride onlevensvatbaarheid
  • Hybride steriliteit (muildier)
  • Hybride breakdown

Fylogenetische stambomen

Een stamboom toont verwantschappen tussen soorten. Hoe recenter een gemeenschappelijke voorouder, hoe nauwer verwant.

Knooppunten en takken

Knooppunten representeren splitsingen (speciatiegebeurtenissen). Taklengte kan tijd of genetische verandering weergeven.

Interactieve Stamboom

Klik op soorten om informatie te zien

Hoe lees je een stamboom?

🔀

Knooppunt

Gemeenschappelijke voorouder / splitsing

📏

Taklengte

Tijd of genetische afstand

🍃

Eindpunt

Huidige soort of uitgestorven

👥

Zustergroepen

Nauwst verwante groepen

Score: 0/10