Fase 1: Kies je personage
Theorie: Sociale ongelijkheid
Sociale ongelijkheid betekent dat mensen verschillen in macht, bezit, aanzien en kennis. Deze verschillen ontstaan door factoren waar je zelf niet altijd invloed op hebt, zoals waar je geboren bent en het opleidingsniveau van je ouders.
Kies je personage
L
Lisa
Lisa (16) woont met haar ouders in een dorp. Haar vader is huisarts, haar moeder werkt parttime als lerares.
J
Jamal
Jamal (16) woont met zijn moeder en zus in een flatwijk. Zijn moeder werkt als schoonmaakster.
E
Emma
Emma (16) woont met haar ouders in een rijtjeshuis. Haar vader is loodgieter, moeder werkt in de thuiszorg.
Fase 2: School en opleiding
Situatie: Schooladvies
Wat doe je?
Theorie: Sociale mobiliteit
Sociale mobiliteit is het stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder. Opleiding is een belangrijke factor voor stijging. In Nederland hebben kinderen van hoogopgeleide ouders meer kans op een hogere opleiding (sociale reproductie).
Fase 3: Werk zoeken
Je huidige situatie
Situatie: Solliciteren
Wat doe je?
Theorie: Discriminatie op de arbeidsmarkt
Onderzoek toont aan dat mensen met een niet-westerse achternaam minder vaak worden uitgenodigd voor sollicitatiegesprekken. Dit is een vorm van discriminatie: ongelijke behandeling op basis van kenmerken die niet relevant zijn voor de functie.
Fase 4: Dagelijks leven
Je huidige situatie
Situatie: Financiele keuzes
Wat doe je?
Theorie: Armoedeval
De armoedeval is het verschijnsel dat mensen met een uitkering er financieel nauwelijks op vooruitgaan als ze gaan werken. Soms gaan ze er zelfs op achteruit door verlies van toeslagen. Dit maakt het moeilijk om uit armoede te ontsnappen.
Fase 5: Reflectie
Eindresultaat voor
Je status
Opleiding
Werk
Inkomen
Kansen
Reflectievragen
- Welke factoren bepaalden de kansen van je personage?
- Waren deze factoren eerlijk? Waarom wel/niet?
- Wat zou de overheid kunnen doen om ongelijkheid te verminderen?
- Herken je situaties uit je eigen omgeving?
Belangrijke begrippen
- Sociale ongelijkheid: Ongelijke verdeling van macht, bezit, aanzien en kennis
- Sociale mobiliteit: Stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder
- Discriminatie: Ongelijke behandeling op basis van bepaalde kenmerken
- Sociale reproductie: Kinderen krijgen dezelfde positie als hun ouders
- Emancipatie: Streven naar gelijke rechten en kansen