Scenario 1: De Sociale Piramide

Opdracht: In elke samenleving zijn er verschillende sociale groepen. Klik op de lagen van de piramide om te ontdekken wie daarbij horen.

Begrip: Sociale Stratificatie

De verdeling van mensen in de samenleving naar verschillende lagen of klassen. Deze indeling is gebaseerd op factoren zoals inkomen, opleiding en beroep.

Topklasse (2%)
Hogere klasse (13%)
Middenklasse (35%)
Lagere middenklasse (30%)
Lagere klasse (20%)

Scenario 2: Kansen en Keuzes

Opdracht: Je bent Marijn (15 jaar) en moet kiezen wat je na de basisschool gaat doen. Bekijk je profiel en maak een keuze.
M

Marijn (15 jaar)

Woont in Rotterdam-Zuid

Gezin
Modaal inkomen
Ouders
MBO-opgeleid
Advies
VMBO-TL/HAVO

Begrip: Sociale Ongelijkheid

Verschillen tussen mensen in kansen, mogelijkheden en middelen. Je startpositie (waar je geboren wordt) heeft invloed op je kansen in het leven.

Welke keuze maakt Marijn?

VMBO volgen

Praktischer onderwijs, sneller aan het werk. Goede baanzekerheid in techniek.

Invloed op toekomstig inkomen

HAVO proberen

Uitdagender, maar meer mogelijkheden voor HBO. Hogere drempel.

Invloed op toekomstig inkomen

Direct gaan werken

Meteen geld verdienen, maar beperkte doorgroeimogelijkheden.

Invloed op toekomstig inkomen

Scenario 3: Sociale Mobiliteit

Opdracht: 10 jaar later... Marijn is nu 25. Bekijk hoe de keuzes invloed hebben gehad op zijn/haar leven.

Begrip: Sociale Mobiliteit

Stijgende mobiliteit: iemand komt in een hogere sociale klasse terecht dan waar hij/zij vandaan komt.
Dalende mobiliteit: iemand komt in een lagere sociale klasse terecht.
Horizontale mobiliteit: iemand blijft in dezelfde klasse.

Kies een levenspad om te verkennen:

Stijgende mobiliteit

Marijn koos voor HAVO, daarna HBO, en werkt nu als projectmanager.

Van modaal naar bovenmodaal

Horizontale mobiliteit

Marijn deed VMBO en MBO, en werkt nu als monteur. Stabiel inkomen.

Blijft op modaal niveau

Dalende mobiliteit

Door tegenslag en schulden kwam Marijn in financiele problemen.

Van modaal naar beneden modaal

Scenario 4: Vormen van Ongelijkheid

Opdracht: Ongelijkheid komt op verschillende manieren voor. Verbind de situaties met het juiste type ongelijkheid.

Drie vormen van ongelijkheid

1. Economische ongelijkheid: Verschillen in inkomen en vermogen
2. Sociale ongelijkheid: Verschillen in aanzien en status
3. Politieke ongelijkheid: Verschillen in macht en invloed

Situatie 1

"De 10% rijkste Nederlanders bezit meer dan de helft van al het vermogen."

Situatie 2

"Een arts wordt met meer respect behandeld dan een vuilnisman, ook al zijn beide beroepen belangrijk."

Situatie 3

"Grote bedrijven kunnen lobbyisten betalen om politici te beinvloeden."

Kies het type ongelijkheid:

Samenvatting: Wat heb je geleerd?

Gefeliciteerd! Je hebt de Samenleving Simulator doorlopen. Hieronder een overzicht van de belangrijkste begrippen.

Geleerde begrippen

  • Sociale stratificatie - De verdeling van de samenleving in lagen/klassen
  • Sociale ongelijkheid - Verschillen in kansen en mogelijkheden
  • Sociale mobiliteit - Beweging tussen sociale klassen (stijgend/dalend/horizontaal)
  • Economische ongelijkheid - Verschillen in inkomen en vermogen
  • Sociale ongelijkheid - Verschillen in status en aanzien
  • Politieke ongelijkheid - Verschillen in macht en invloed
  • Startpositie - De sociale klasse waarin je geboren wordt
  • Sociale klasse - Groep mensen met vergelijkbare status, inkomen en opleiding

Onthoud

In Nederland is er sociale ongelijkheid, maar er is ook veel sociale mobiliteit mogelijk. Onderwijs speelt een belangrijke rol bij het vergroten van kansen. De overheid probeert met beleid (zoals studiefinanciering en sociale zekerheid) de ongelijkheid te verkleinen.

Terug naar overzicht