Muziek Luisterlessen
Leer instrumenten herkennen, genres onderscheiden en muziekvormen analyseren
Instrumentenbibliotheek
Leer de verschillende instrumenten kennen per familie
Viool
Strijkinstrument
Het kleinste en hoogste strijkinstrument. Wordt bespeeld met een strijkstok of getokkeld (pizzicato).
Altviool
Strijkinstrument
Iets groter dan de viool met een warmer, dieper geluid. Zit qua hoogte tussen viool en cello.
Cello
Strijkinstrument
Groot strijkinstrument dat tussen de knieen wordt bespeeld. Warm, diep geluid.
Contrabas
Strijkinstrument
Het grootste en laagste strijkinstrument. Vormt de basis van het orkest.
Dwarsfluit
Houtblazer
Hoog, helder geluid. Wordt zijwaarts bespeeld. Vaak van metaal, maar hoort bij de houtblazers.
Klarinet
Houtblazer
Groot bereik van laag naar hoog. Warm, vol geluid. Heeft een enkel riet.
Hobo
Houtblazer
Nasaal, doordringend geluid. Heeft een dubbel riet. Geeft de stemtoon in het orkest.
Fagot
Houtblazer
Laagste houtblazer. Lang, gevouwen instrument met diep, vol geluid.
Trompet
Koperblazer
Helder, schel geluid. Hoogste koperblazer. Veel gebruikt in fanfares en jazz.
Hoorn
Koperblazer
Ronde vorm met warme, volle klank. Moeilijk te bespelen vanwege de vele boventonen.
Trombone
Koperblazer
Heeft een schuif om de toonhoogte te veranderen. Krachtig, vol geluid.
Tuba
Koperblazer
Grootste en laagste koperblazer. Vormt de baslijn van de kopersectie.
Pauken
Slaginstrument
Grote ketels met vel. Kunnen gestemd worden. Geven kracht en spanning.
Drumstel
Slaginstrument
Combinatie van bassdrum, snare, toms en bekkens. Basis van pop- en rockmuziek.
Xylofoon
Melodisch slagwerk
Houten staafjes die worden aangeslagen. Hoog, helder geluid.
Piano
Toetsinstrument
88 toetsen met hamermechaniek. Groot bereik van zeer laag tot zeer hoog.
Keyboard/Synthesizer
Elektronisch toetsinstrument
Kan vele geluiden produceren. Belangrijk in pop, rock en elektronische muziek.
Orgel
Toetsinstrument
Groot instrument met pijpen. Majestueus geluid. Veel in kerken te vinden.
Muziekgenres
Ontdek de kenmerken van verschillende muziekstijlen
Klassieke muziek
1600 - hedenKenmerken
- Geschreven partituren
- Symfonieorkest of kamermuziek
- Complexe structuren
- Verschillende periodes (Barok, Klassiek, Romantiek)
Jazz
1900 - hedenKenmerken
- Improvisatie (ter plekke verzinnen)
- Swingende ritmes
- Typische instrumenten: saxofoon, trompet, piano
- Complexe akkoorden en harmonien
Rock
1950 - hedenKenmerken
- Elektrische gitaar centraal
- Sterke beat van drums
- 4/4 maatsoort
- Riffs en gitaarsolo's
Pop
1960 - hedenKenmerken
- Pakkende melodieen (oorwurmen)
- Eenvoudige structuur (couplet-refrein)
- Korte nummers (3-4 minuten)
- Focus op zang en tekst
Hip-hop/Rap
1970 - hedenKenmerken
- Ritmisch spreken (rappen)
- Beats en samples
- DJ-technieken (scratchen)
- Storytelling in teksten
Elektronische muziek
1970 - hedenKenmerken
- Computergemaakte geluiden
- Synthesizers en drum machines
- Repeterende patronen
- Subgenres: house, techno, EDM
Muziekvormen
Leer de structuur van muziek herkennen
ABA-vorm (Driedelige liedvorm)
Veel gebruikt in klassieke en popmuziekDe ABA-vorm bestaat uit drie delen. Deel A is het hoofdthema, deel B is een contrasterend middendeel, en dan keert A terug (soms licht aangepast). Dit geeft herkenning en afwisseling.
Couplet-Refrein vorm
Standaard in popmuziekCoupletten vertellen het verhaal met wisselende tekst. Het refrein is het herkenbare, terugkerende deel (de 'hook'). De bridge biedt afwisseling voor het laatste refrein.
Rondo (ABACADA)
Klassieke muziekHet A-thema (het refrein) keert steeds terug, afgewisseld door contrasterende delen (B, C, D, etc.). Dit is vaak het laatste deel van een sonate of symfonie.
Twaalftaktenblues
Blues en rockEen patroon van 12 maten dat steeds herhaald wordt. Gebruikt drie akkoorden (I, IV, V) in een vast schema. Basis van blues, rock-'n-roll en veel popmuziek.
Luisteroefening
Test je luistervaardigheid
Oefening 1: Herken het instrument
Welk instrument speelt de melodie?
Oefening 2: Herken het genre
Tot welk genre behoort deze muziek?
Oefening 3: Herken de muziekvorm
Je hoort: thema A, daarna een ander deel, en dan thema A weer. Welke vorm is dit?