Beeldende Elementen Trainer
Leer de bouwstenen van beeldende kunst herkennen en analyseren
Kleur
Kleur is een van de krachtigste elementen in kunst. Het kan sfeer en emotie overbrengen. We onderscheiden primaire kleuren (rood, geel, blauw), secundaire kleuren (groen, oranje, paars) en complementaire kleuren (tegenover elkaar op de kleurencirkel).
Lijn
Lijnen leiden het oog door een kunstwerk. Ze kunnen recht, gebogen, dik, dun, horizontaal, verticaal of diagonaal zijn. Elke soort lijn geeft een ander gevoel.
Vorm
Vormen zijn tweedimensionaal (plat) of driedimensionaal (met diepte). Geometrische vormen (cirkel, vierkant, driehoek) zijn precies. Organische vormen zijn vrij en natuurlijk.
Textuur
Textuur is hoe een oppervlak aanvoelt of eruitziet alsof het aanvoelt. Het kan echt zijn (tastbaar) of gesuggereerd (visueel).
Compositie
Compositie is de rangschikking van elementen in een kunstwerk. De 'regel van derden' deelt het beeld in 9 gelijke delen. Belangrijke elementen plaatsen kunstenaars vaak op de snijpunten.
Perspectief
Perspectief creëert de illusie van diepte op een plat vlak. Lijnen lopen naar een verdwijnpunt op de horizon. Objecten worden kleiner naarmate ze verder weg zijn.
Interactieve Analyse: De Sterrennacht
De Sterrennacht - Vincent van Gogh (1889)
- Kunstenaar Vincent van Gogh
- Jaar 1889
- Stijl Post-Impressionisme
- Locatie MoMA, New York
Klik op de nummers om de beeldende elementen te verkennen:
Selecteer een element
Klik op een genummerd punt of een tag hierboven om meer te leren over dat beeldende element in dit kunstwerk.
Vergelijkingsoefening
Welke compositie heeft meer rust?
Bekijk de twee composities en kies welke rustiger aanvoelt.
Welk kleurenschema is complementair?
Complementaire kleuren staan tegenover elkaar op de kleurencirkel.
Welke lijn suggereert meer beweging?
Bepaalde lijntypes geven meer dynamiek dan andere.
Kunstbegrippen Woordenlijst
- Abstractie
- Kunstwerk dat niet de werkelijkheid nabootst maar vormen, kleuren en lijnen gebruikt om een beeld te creëren.
- Achtergrond
- Het gedeelte van een kunstwerk dat het verst van de kijker lijkt. Vaak minder gedetailleerd dan de voorgrond.
- Complementaire kleuren
- Kleuren die tegenover elkaar staan op de kleurencirkel, zoals rood-groen, blauw-oranje, geel-paars.
- Compositie
- De manier waarop elementen in een kunstwerk zijn gerangschikt en met elkaar in verhouding staan.
- Contrast
- Het verschil tussen elementen in een kunstwerk, zoals licht-donker, groot-klein, of warm-koel.
- Dynamiek
- De suggestie van beweging of energie in een kunstwerk.
- Focuspunt
- Het punt in een kunstwerk waar de aandacht van de kijker het eerst naartoe wordt getrokken.
- Horizon
- De denkbeeldige lijn waar de lucht de aarde raakt. Belangrijk bij perspectief.
- Kleurtemperatuur
- De 'warmte' of 'koelte' van een kleur. Rood, oranje en geel zijn warm; blauw en groen zijn koel.
- Negatieve ruimte
- De lege ruimte rond en tussen de objecten in een kunstwerk.
- Perspectief
- De techniek om diepte te suggereren op een plat vlak. Objecten worden kleiner naarmate ze verder weg zijn.
- Primaire kleuren
- De drie basiskleuren (rood, geel, blauw) die niet gemengd kunnen worden uit andere kleuren.
- Regel van derden
- Compositieregel waarbij het beeld in 9 gelijke delen wordt verdeeld en belangrijke elementen op de snijpunten worden geplaatst.
- Secundaire kleuren
- Kleuren die ontstaan door twee primaire kleuren te mengen: oranje, groen en paars.
- Symmetrie
- Evenwicht waarbij twee helften van een beeld gespiegeld zijn.
- Textuur
- De oppervlaktekwaliteit van een kunstwerk - hoe het aanvoelt of eruitziet alsof het aanvoelt.
- Verdwijnpunt
- Het punt op de horizon waar parallelle lijnen lijken samen te komen in een perspectief tekening.
- Voorgrond
- Het gedeelte van een kunstwerk dat het dichtst bij de kijker lijkt.