Terug naar overzicht

Boekhoud Basis Trainer

Leer de fundamenten van boekhouden: debiteuren, crediteuren, activa en passiva met interactieve oefeningen.

Wat is Debet en Credit?

Bij boekhouden schrijf je elke transactie twee keer op: een keer links (debet) en een keer rechts (credit). Dit heet dubbel boekhouden.

De linkerkant heet debet en de rechterkant heet credit. Ze moeten altijd in evenwicht zijn!

Debet (links)

  • + Bezittingen (activa)
  • + Kosten
  • - Schulden
  • - Opbrengsten

Credit (rechts)

  • + Schulden (passiva)
  • + Opbrengsten
  • - Bezittingen
  • - Kosten

Voorbeeld: Klant betaalt factuur van 500 euro

Debet: Bank +500 (bezitting neemt toe)

Credit: Debiteuren -500 (vordering neemt af)

Ezelsbruggetje

Debet = links, Credit = rechts. Denk aan het alfabet: D komt voor C, dus Debet komt eerst (links). Als je iets koopt (bezitting), gaat het naar Debet. Als je schuld maakt, gaat het naar Credit.

Activa en Passiva

De balans van een bedrijf laat zien wat het bedrijf heeft (activa) en hoe dat betaald is (passiva).

Activa (bezittingen)

  • Vaste activa:
  • - Gebouwen
  • - Machines
  • - Inventaris
  • - Vervoermiddelen
  • Vlottende activa:
  • - Voorraad
  • - Debiteuren
  • - Bank
  • - Kas

Passiva (vermogen + schulden)

  • Eigen vermogen:
  • - Ingebracht kapitaal
  • - Winstreserve
  • Vreemd vermogen lang:
  • - Hypotheek
  • - Lening bank
  • Vreemd vermogen kort:
  • - Crediteuren
  • - Te betalen belasting

De Balansgelijkheid

De balans moet altijd in evenwicht zijn:

Activa = Passiva

Alles wat je bezit (activa) is gefinancierd met eigen geld of geleend geld (passiva).

ACTIVA
Gebouw 150.000
Voorraad 25.000
Bank 15.000
Totaal 190.000
PASSIVA
Eigen vermogen 100.000
Hypotheek 80.000
Crediteuren 10.000
Totaal 190.000

Vast vs Vlottend

Vaste activa = bezittingen die langer dan 1 jaar meegaan (gebouw, machine). Vlottende activa = bezittingen die binnen 1 jaar veranderen (voorraad, bank). Hetzelfde geldt voor vreemd vermogen: lang > 1 jaar, kort < 1 jaar.

Debiteuren

Debiteuren zijn klanten die nog moeten betalen. Ze hebben iets gekocht maar nog niet betaald.

Debiteuren staan op de linkerkant van de balans (activa), want het is een bezitting: je hebt nog geld tegoed!

Voorbeeld

Je verkoopt voor 1.000 euro aan een klant op rekening (dus niet contant).

De klant is nu een debiteur en verschijnt als bezitting op je balans.

Als de klant betaalt, verdwijnt de debiteur en komt er geld op de bank.

Crediteuren

Crediteuren zijn leveranciers aan wie je nog moet betalen. Je hebt iets gekocht maar nog niet betaald.

Crediteuren staan op de rechterkant van de balans (passiva), want het is een schuld!

Voorbeeld

Je koopt voor 500 euro aan voorraad bij een leverancier op rekening.

De leverancier is nu een crediteur en verschijnt als schuld op je balans.

Als je betaalt, verdwijnt de crediteur en gaat er geld van de bank af.

Debiteuren (klanten)

  • Zij hebben schuld aan jou
  • Jij hebt geld tegoed
  • Staat bij ACTIVA
  • Vlottende activa (kort)

Crediteuren (leveranciers)

  • Jij hebt schuld aan hen
  • Jij moet nog betalen
  • Staat bij PASSIVA
  • Vreemd vermogen kort

Onthouden

Debiteur = Diegene die Debet staat (heeft schuld aan jou). Crediteur = Diegene die Credit krijgt (krijgt nog geld van jou).

Test je Kennis

Score: 0 / 10