Grammatica Spaans

VMBO-GL/TL Gramatica A2/B1 - Werkwoorden & Structuren
0
Oefeningen gemaakt
0
Correct
0
Huidige reeks
0%
Nauwkeurigheid

Ser vs. Estar - Wanneer gebruik je welke?

In het Spaans zijn er twee werkwoorden voor "zijn": ser en estar. Het is belangrijk om te weten wanneer je welke gebruikt.

SER - Permanente eigenschappen

  • Identiteit: Soy Maria (Ik ben Maria)
  • Beroep: Es medico (Hij is arts)
  • Nationaliteit: Somos espanoles (Wij zijn Spaans)
  • Kenmerken: Es alto (Hij is lang)
  • Tijd/datum: Son las tres (Het is drie uur)
  • Materiaal: Es de madera (Het is van hout)

ESTAR - Tijdelijke toestanden

  • Locatie: Estoy en casa (Ik ben thuis)
  • Gevoel: Estoy contento (Ik ben blij)
  • Gezondheid: Esta enfermo (Hij is ziek)
  • Toestand: La sopa esta caliente (De soep is heet)
  • Resultaat: La puerta esta abierta (De deur staat open)
  • Progressief: Estoy trabajando (Ik ben aan het werken)
Persoon SER ESTAR
yosoyestoy
tueresestas
el/ella/ustedesesta
nosotrossomosestamos
vosotrossoisestais
ellos/ustedessonestan
Ser of Estar?

Loading...

Presente - De tegenwoordige tijd

Regelmatige werkwoorden in het Spaans worden vervoegd volgens drie patronen: -AR, -ER en -IR.

-AR werkwoorden (hablar)

hablo, hablas, habla
hablamos, hablais, hablan
Stam + -o, -as, -a, -amos, -ais, -an

-ER werkwoorden (comer)

como, comes, come
comemos, comeis, comen
Stam + -o, -es, -e, -emos, -eis, -en

-IR werkwoorden (vivir)

vivo, vives, vive
vivimos, vivis, viven
Stam + -o, -es, -e, -imos, -is, -en

Onregelmatige werkwoorden

Persoon IR (gaan) TENER (hebben) HACER (doen/maken)
yovoytengohago
tuvastieneshaces
el/ellavatienehace
nosotrosvamostenemoshacemos
ellosvantienenhacen
Vervoeging Presente

Loading...

Verleden tijden in het Spaans

Spaans heeft twee belangrijke verleden tijden die je moet herkennen voor tekstbegrip:

Preterito Indefinido

hable, hablaste, hablo
hablamos, hablasteis, hablaron
Voor afgeronde handelingen in het verleden. Signaalwoorden: ayer, la semana pasada, en 2020

Preterito Imperfecto

hablaba, hablabas, hablaba
hablabamos, hablabais, hablaban
Voor gewoontes en beschrijvingen in het verleden. Signaalwoorden: siempre, cada dia, mientras

Preterito Perfecto

he hablado, has hablado
ha hablado, hemos hablado
Voor recente of relevante gebeurtenissen. Signaalwoorden: hoy, esta semana, ya, todavia

Onregelmatige vormen Preterito Indefinido

Werkwoord yo tu el/ella ellos
ir/serfuifuistefuefueron
tenertuvetuvistetuvotuvieron
hacerhicehicistehizohicieron
estarestuveestuvisteestuvoestuvieron
Herken de verleden tijd

Loading...

Futuro Simple - De toekomende tijd

De toekomende tijd in het Spaans is relatief eenvoudig: je voegt de uitgangen toe aan het hele werkwoord (infinitief).

Persoon Uitgang HABLAR COMER VIVIR
yo-ehablarecomerevivire
tu-ashablarascomerasviviras
el/ella-ahablaracomeravivira
nosotros-emoshablaremoscomeremosviviremos
ellos-anhablarancomeranviviran

Onregelmatige stammen

tener - tendr-

tendre, tendras, tendra...

poder - podr-

podre, podras, podra...

hacer - har-

hare, haras, hara...

ir a + infinitief

voy a hablar (ik ga praten)
Informele toekomst, vaak gebruikt!
Futuro oefening

Loading...