Bevolkingspiramide analyse
Demografische transitie
Fase 1
Hoog geboorte
Hoog sterfte
Fase 2
Hoog geboorte
Dalend sterfte
Fase 3
Dalend geboorte
Laag sterfte
Fase 4
Laag geboorte
Laag sterfte
Fase 5
Zeer laag geboorte
Stijgend sterfte
Fase 4: Lage geboorte en sterfte
Kenmerken: Geboortecijfer en sterftecijfer zijn beide laag. De bevolking groeit langzaam of stabiliseert.
Voorbeelden: Nederland, Duitsland, Frankrijk
Piramide: Urn-vormig (smal aan de basis, breed in het midden)
Bevolkingskenmerken
Nederland heeft een vergrijzende bevolking met een urn-vormige piramide. De babyboomgeneratie (geboren 1945-1965) vormt nu de grootste groep. Het geboortecijfer is laag en de levensverwachting hoog.
Migratie
Gevolgen vergrijzing
- Economisch: Minder werkenden, hogere AOW-kosten, arbeidstekorten
- Zorg: Meer vraag naar zorg, hogere zorgkosten, personeelstekort
- Woningmarkt: Vraag naar seniorenwoningen, leegstand in krimpgebieden
- Politiek: Meer aandacht voor ouderenbelangen, pensioendiscussie
Begrippen
Geboortecijfer: Aantal geboorten per 1000 inwoners per jaar
Sterftecijfer: Aantal sterfgevallen per 1000 inwoners per jaar
Natuurlijke groei: Geboortecijfer minus sterftecijfer
Grijze druk: Verhouding 65+ ten opzichte van werkende bevolking
Groene druk: Verhouding 0-19 jaar ten opzichte van werkende bevolking