Differentiëren

Leer de afgeleide berekenen, rekenregels toepassen en extremen bepalen

Wat is de afgeleide?

De afgeleide f'(x) geeft de helling van de grafiek van f(x) in elk punt. Het beschrijft hoe snel een functie verandert.

f'(x) = lim(h→0) [f(x+h) - f(x)] / h
Voorbeeld: De functie f(x) = x² heeft afgeleide f'(x) = 2x.
In het punt x = 3 is de helling f'(3) = 6.

Betekenis van de afgeleide

  • f'(x) > 0 → functie is stijgend
  • f'(x) < 0 → functie is dalend
  • f'(x) = 0 → horizontale raaklijn (mogelijk extremum)

Machtsfuncties

f(x) = xn → f'(x) = n · xn−1
Voorbeelden:
f(x) = x³ → f'(x) = 3x²
f(x) = x⁵ → f'(x) = 5x⁴
f(x) = √x = x½ → f'(x) = ½x−½

Constante factor & somregel

[c · f(x)]' = c · f'(x)
[f(x) + g(x)]' = f'(x) + g'(x)
Voorbeeld: f(x) = 4x³ − 2x + 7
f'(x) = 12x² − 2

Kettingregel

Voor samengestelde functies f(g(x)):

[f(g(x))]' = f'(g(x)) · g'(x)
Voorbeeld: f(x) = (3x + 1)⁴
Buitenfunctie: u⁴, binnenfunctie: u = 3x + 1
f'(x) = 4(3x + 1)³ · 3 = 12(3x + 1)³

Helling bepalen

De helling van de grafiek in punt x = a is gelijk aan f'(a).

Voorbeeld: f(x) = x² − 4x + 3. Bepaal de helling in x = 5.
f'(x) = 2x − 4 → f'(5) = 2·5 − 4 = 6

Extremen bepalen

Extremen (toppen en dalen) vind je door f'(x) = 0 op te lossen en het verloop te controleren.

Voorbeeld: f(x) = x³ − 3x
f'(x) = 3x² − 3 = 0 → x² = 1 → x = −1 of x = 1
f(−1) = 2 (maximum), f(1) = −2 (minimum)

Optimalisatie

Bij optimaliseringsproblemen stel je een functie op voor de te optimaliseren grootheid en zoek je het maximum of minimum via de afgeleide.

Voorbeeld: Een boer heeft 60 m hek en wil een rechthoekig stuk land omheinen tegen een muur. Welke afmetingen geven maximale oppervlakte?
Noem de breedte x. Dan lengte = 60 − 2x.
A(x) = x(60 − 2x) = 60x − 2x²
A'(x) = 60 − 4x = 0 → x = 15
Maximale oppervlakte: A(15) = 15 · 30 = 450 m²
Score: 0 / 0