Technieken
Vergelijken
Quiz
Straling

Röntgen (X-ray)

Gebruikt röntgenstraling om beelden te maken van botten en organen.

Principe: Röntgenstralen gaan door zacht weefsel maar worden geabsorbeerd door bot. Een detector vangt de doorgelaten straling op.
Toepassing: Botbreuken, longfoto's, tandarts.
Voordeel: Snel, goedkoop, breed beschikbaar.
Nadeel: Ioniserende straling, beperkt contrast in zacht weefsel.

Straling

CT-scan

Computed Tomography: meerdere röntgenfoto's vanuit verschillende hoeken voor 3D-beelden.

Principe: Draaiende röntgenbuis maakt doorsnedes die een computer combineert tot 3D-beeld.
Toepassing: Tumoren, interne bloedingen, gedetailleerde orgaanbeelden.
Voordeel: Zeer gedetailleerd, snel.
Nadeel: Hogere stralingsdosis dan gewone röntgen.

Magneet

MRI-scan

Magnetic Resonance Imaging: gebruikt magneetvelden en radiogolven.

Principe: Sterk magneetveld laat waterstofatomen uitlijnen. Radiogolven verstoren dit, het terugsignaal wordt gemeten.
Toepassing: Hersenen, ruggenmerg, gewrichten, zacht weefsel.
Voordeel: Geen straling, uitstekend zacht-weefselcontrast.
Nadeel: Duur, lang (30-60 min), geen metaal in lichaam.

Geluid

Echografie (Ultrageluid)

Gebruikt geluidsgolven om beelden te maken.

Principe: Transducer zendt ultrageluidsgolven uit. Echo's van weefselgrenzen worden opgevangen en omgezet in beeld.
Toepassing: Zwangerschapsecho, hart, buikorganen.
Voordeel: Geen straling, real-time, goedkoop, draagbaar.
Nadeel: Beperkte resolutie, niet door bot/lucht.

Straling

PET-scan

Positron Emission Tomography: toont metabolische activiteit.

Principe: Radioactieve stof (tracer) wordt ingespoten. Actieve cellen nemen meer op, positronen worden gedetecteerd.
Toepassing: Kankerdiagnose, hersenactiviteit, hartfunctie.
Voordeel: Toont functie, niet alleen structuur.
Nadeel: Radioactief materiaal nodig, duur.