Oefen met de basisprincipes van boekhouden: balans, resultatenrekening, journaalposten, grootboek en debiteuren/crediteuren.
Een bedrijf heeft: gebouw €200.000, voorraad €30.000, kas €5.000, bank €15.000, eigen vermogen €180.000, hypotheek €50.000, crediteuren €20.000.
| Activa | Passiva | ||
|---|---|---|---|
| Gebouw | Eigen vermogen | ||
| Voorraad | Hypotheek | ||
| Bank | Crediteuren | ||
| Kas | |||
| Totaal activa | 0 | Totaal passiva | 0 |
Gegeven: omzet €120.000, inkoopwaarde €65.000, personeelskosten €25.000, huurkosten €12.000, afschrijvingen €8.000, overige kosten €3.000.
Score: 0/0
Rekening Bank: beginsaldo €10.000 (debet). Boekingen: ontvangst debiteuren €5.000 (debet), betaling crediteuren €3.000 (credit), huur betaald €1.500 (credit), ontvangst contant €2.000 (debet).
Sleep elke omschrijving naar de juiste categorie.